|
1
|
Ga alleen. Zo voorkom je dat je thuiskomt in de kleding die niet bij jouw stijl past. Neem advies aan, maar bepaal uiteindelijk zelf!
|
|
2
|
Weet wat je wilt. Ga niet van huis met het idee ‘iets leuks te kopen’, maar wat wil je c.q. heb je nodig? Waar ga je de kleding voor gebruiken? Inspecteer eerst je kledingkast, zo kun je makkelijker combineren met wat je al hebt.
|
|
3
|
Winkel alleen als je lekker in je vel zit. Met name vrouwen winkelen als ze juist niet lekker in de vel zitten. Vaak ben je kwetsbaar, voor o.a. de mening van verkoopsters.
|
|
4
|
Koop de goede maat. Het klinkt als een open deur, en toch gaan ontzettend veel vrouwen hier de fout in. We willen een maatje 36 of 38, en als we een broek passen die goed zit, maar een grotere maat heeft, dan voelen we onszelf dik. Bedenk dat die maten zeer relatief zijn! Kleding die strak zit en knelt maakt juist dik. Kleding die goed en soepel valt, geeft een slank silhouet.
|
|
5
|
Wees kieskeurig. Let op kwaliteit. Voel aan de stof en test je smaak door eerst uit het rek te halen wat je leuk vindt. Kijk dan pas wat er op het prijskaartje staat. Kwaliteit heeft zijn prijs. Truien en t-shirts moeten na een paar keer wassen wel in vorm blijven
|
|
6
|
Tenslotte: als je met nieuwe kleren thuiskomt, hang ze dan niet direct in de kast. Probeer eerst verschillende combinaties uit met je bestaande garderobe. Op deze manier blijf je overzicht houden, en voorkom je paniek als je vroeg in de ochtend weinig tijd hebt om over geschikte combinaties na te denken.
|